Badmode jaren 1900 tot en met 1999


Badmode jaren 1900 tot en met 1999

Omstreeks de eeuwwisseling werd de badmode stap voor stap gewaagder en frivoler. Sinds de Australische zwemster Anette Kelderman in 1910 in een ééndelig zwempak Het Kanaal overzwom, wonnen deze badpakken aan populariteit. Broekspijpen werden korter en korte mouwtjes veranderden in schouderbanden.
Ook aan het strand werden de broekjes van de badpakken korter en de bovenstukken sierlijker.
Aan het strand werd een hoofddoek gedragen en in het zwembad een muts van rubber. Die mutsen zag je na de Eerste Wereldoorlog in allerlei kleuren.
BadmutsenDe eerste badmutsen

Badmode: badkleding van trico

In het begin van de 20e eeuw, toen de tricotage-industrie opkwam, werd het ondergoed en de badkleding van tricot (= machinaal gebreide stof met fijne lijnen aan de ene kant en dwarsribbeltjes aan de andere kant) gemaakt. In 1920 werd in de V.S. de eerste, elastische, uit één stuk bestaande badpakken vervaardigd.
Badpak_1920
Badpak ca. 1900

In de jaren twintig werden de meeste badpakken ontworpen om op het strand te dragen en niet om in te zwemmen.
Het badpak werd in de loop der jaren steeds korter, totdat in de jaren dertig eerst het rugloze badpak populair werd en erna het tweedelig badpak in de mode kwam.
Jaren-dertig-2delig-badpak
Badkleding ca. 1940


Badmode na de tweede wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog maakte de uitvinding van sneldrogende lichte stoffen de zwemkleding steeds populairder.
In de vijftiger jaren werden badpak, zwempak en badkostuum onderling verwisselbare namen voor hetzelfde kledingstuk. Het tweedelig badpak werd gaande weg teruggebracht tot bikini, al bleven gewone badpakken vooral bij het zwemmen in gebruik. De mannen droegen zelden meer dan een zwembroekje. Zwempakken in de jaren zestig werden weer voorzien van baleinen en korsetten om de volle buste en de smalle taille te benadrukken. Er werd op vroegere badkleding teruggegrepen. Als reactie daarop werd in 1964 de halve bikini, de monokini, meer populair.
Bikini-uit-1965
Bikini uit 1965

Badmode jaren 1970: kortere badpakken

Ook verschenen er kortere badpakken die rond de bovenkant van de dijen, bij de armen en schouders waren weggesneden.
Zwemmode-uit-1972
Zwemmode uit 1972
Die trend zette zich voort in de jaren zeventig.

Badmode jaren 1980

In de jaren tachtig werd het badpak ontworpen rondom de lijnen van het lichaam.
Zwempak-uit-1984

Badmode eind jaren 1990: ontwikkelingen volgen elkaar snel op

Eind jaren negentig werd de hydrodynamica toegepast om snellere wedstrijdzwempakken te ontwikkelen.

  • Zo hanteert Speedo het haaienhuidprincipe.
  • D.w.z. pakken van elastische stof vol “haaientandjes” die de waterstroom rond het lichaam kanaliseren en volgens de fabrikant de weerstand met 19% omlaag brengen.
    Olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband zwom in zo een haaienheupbroek met lange pijpen.

  • Nike werkt met het meer-stoffen principe.
  • D.w.z. dat zo en pak nooit uit één en dezelfde stof bestaat. De werking wordt beter als veel bewegende delen (armslag borstcrawl) met een andere stof bedekt worden dan rustig bewegende delen (romp). In sleeptanks is bepaald welk lichaamsdeel met welke stof de minste weerstand ondervindt. Het pak is glad en geplakt i.p.v. gestikt.

  • Adidas gebruikt het jetstream principe.
  • D.w.z. strakke nauwsluitende pakken om de spieren te comprimeren en met die compressie de doorbloeding te bevorderen. Op de rugpartij zijn ribbels aangebracht die het water sneller langs de rug laten stromen, met als gevolg een gunstiger “liftprincipe” oftewel vlakkere ligging. De Australische wereldkampioen Ian Thorpe zwom in zo een volledig pak naar zijn titels.

 

Deel deze pagina

 
 
'