Openwaterzwemmen


Zwemmen in open water is onderdeel van het wedstrijdzwemmen

Een speciaal onderdeel van wedstrijdzwemmen is het openwaterzwemmen. De wedstrijden worden gezwommen in open water. Daarmee wordt bedoeld dat de wedstrijden niet in een zwembad zijn. Wel wordt gezwommen in plassen, meren, rivieren en zelfs in de zee. Er worden lange afstanden gezwommen van 250 meter tot 25 kilometer.

Onze Olympisch kampioen Open water zwemmen

In 2008 in Peking was het openwaterzwemmen voor het eerst ook een Olympische sport. Maarten van der Weijden is daar Olympisch Kampioen op de tien kilometer geworden. Bij de vrouwen is Linsey Heijster tot de internationale top doorgedrongen met haar wereldtitel op de 25 kilometer. Edith van Dijk heeft veel belangrijke internationale wedstrijden gewonnen. Zij is nu gestopt.

Verschillen in zwemtechniek tussen zwemmen in open water en een zwembad

Er bestaan essentiële verschillen. De belangrijkste verschillen zijn:
Hoofd omhoog
Leer het hoofd hoog te houden in plaats van naar beneden gericht; dat is handig in verband met de orientatie in het open water. Bovendien is het goed voor de techniek, omdat het lichaam meer gestroomlijnd in het water ligt.
Hoge slagfrequentie
De slagfrequentie moet omhoog. Ga voor een 1500 meter uit van slagfrequentie van 40 slagen per minuut. Hierop valt te trainen door ’spinning’, het op een zo hoog mogelijke frequentie afleggen van 25 meter sprints.
Soepel zwemmen
Triatleten moeten wat soepeler leren zwemmen. De zwemslag stokt in het algemeen nog te veel. Het is geen soepel doordraaiend geheel, zoals bijvoorbeeld bij Edith van Dijk (veelvuldig kampioene langebaan- en marathonzwemmen). Hierop valt te trainen door regelmatig heel relaxed op 70% van je maximum een 1000 meter of 1500 meter te zwemmen.
Houd de beenslag beperkt
Veel triatleten hebben een te forse beenslag. De beenslag mag niet supervermoeiend zijn, omdat triatleten na het zwemmen nog moeten fietsen en lopen en daarvoor energie moeten sparen. De beenslag moet een soepele kick zijn, met als belangrijkste doel de positie van het lichaam in het water te optimaliseren in casu het lichaam hoog te houden. Dat is goed te trainen door veel met flippers te zwemmen.
Kortere glijfase
Bij sommige triatleten, vooral diegenen die graag netjes willen zwemmen, is sprake van een te lange glijfase. Voor het open water, met stroming en golfslag, is die glijfase minder relevant. Een beetje glijden mag wel, maar echt heel kort. De arm moet blijven rouleren. De slaglengte kan afhankelijk van de weersomstandigheden verschillen. Bij veel golven een korte slag, maar bij lange, rollende golven een lange slag, met het bovenlichaam extra omhoog gericht en de benen omlaag, zodat je kunt profiteren van de golven. Probeer het ritme van de golf te pakken te krijgen. Het trainen hierop is heel moeilijk, zelfs een golfslagbad is volgens Edith van Dijk een matig surrogaat. Het belangrijkste is om een goede grip op het water te hebben. Voel het water aan en pas je slag aan op dat gevoel. Afhankelijk van de vraag of je de stroming mee of tegen hebt ga je ook op zoek naar het water waar de meeste dan wel minste stroming is.
Wedstrijdspecifieke training
Tot verbazing van enkele topzwemtrainers wordt onder triatleten weinig getraind op wedstrijdspecifieke zaken, zoals boeirondingen, massastarts, wetsuitzwemmen, klappen uitdelen en klappen incasseren.

 

Deel deze pagina

 
 
'