Techniek bij het vinzwemmen – algemeen


Techniek bij het vinzwemmen - algemeen

De gevorderde vinzwemmer zwemt met een grote monovin aan de voeten. De meeste vinzwemmers beginnen met gewone zwemvliezen omdat hiermee de techniek beter aan te leren is. De armen worden bij het vinzwemmen niet of nauwelijks gebruikt. Bij wedstrijden kan het weleens gebeuren dat de benen zo verzuurd raken dat de vinzwemmer wel moet zwemmen met de armen om vooruit te komen. De armen worden recht vooruit gehouden; het hoofd wordt tussen de armen geklemd. De handen liggen op elkaar. De bewegingen van een vinzwemmer lijken sterk op de bewegingen van een dolfijn.

Techniek van het vinzwemmen - armen, hoofd en borst

De armen, het hoofd en de borst moeten zo stil mogelijk gehouden worden. De beweging wordt ingezet van onder uit de borst en de rest van het lichaam volgt als een soort golvende beweging waarbij de uitwijking gering is. Een beginnersfout is het inzetten van de beweging vanuit de knieën waardoor er een grote frontale weerstand onstaat. Bij de oppervlaktenummers wordt er gezwommen met een snorkel. Deze snorkel steekt tussen de armen door uit het water. Bij de onderwaternummers wordt er met of zonder persluchtapparatuur gezwommen. Bij de afstanden zonder perslucht dient de zwemmer de gehele afstand zijn adem in te houden en de afstand onder water af te leggen. Bij de persluchtafstanden wordt het persluchtflesje gestrekt voor gehouden, in het verlengde van het lichaam om maar zo gestroomlijnd mogelijk te zijn.

 

Deel deze pagina