Wedstrijdzwemmen


Geschiedenis van het wedstrijdzwemmen

Er wordt al vele duizenden jaren gezwommen. De oudste tekeningen van het zwemmen die wij kennen zijn al 6000 jaar oud. In Japan werden al 100 jaar voor Christus wedstrijden gehouden. In Europa werd het eerste zwembad in 1828 in Engeland gebouwd. De eerste officiële competities werden in 1846 in Australië gezwommen. Nederland kreeg de eerste onoverdekte zwemschool voor burgers in 1846. In 1883 kreeg Den Haag het eerste overdekte zwembad van Nederland. Wedstrijdzwemmen staat vanaf de eerste Olympische Spelen in 1896 op het programma. Nederlandse zwemmers hebben in al die jaren heel veel Olympische medailles veroverd. Zwemmen is voor Nederland de meest succesvolle sport bij de zomerspelen.

Spelregels van het wedstrijdzwemmen

Wedstrijdzwemmen
Bij een wedstrijd starten meerdere zwemmers tegelijk allemaal in hun eigen baan. Ze weten van tevoren welke afstand ze moeten zwemmen en welke slag(en) ze mogen gebruiken. Speciale klokken houden precies bij wie er het snelst is. Degene die het snelst is, wint de wedstrijd. Bij sommige wedstrijden worden de punten van alle zwemmers van een team bij elkaar opgeteld. Het team met de meeste punten wint. Er zijn bepaalde regels voor de start en het keerpunt. Je mag bijvoorbeeld bij de start en bij het keerpunt niet te lang onder water zwemmen.

Materiaal tijdens het wedstrijdzwemmen

Wedstrijdbaden zijn 25 of 50 meter lang. In het water liggen lijnen. Je moet tussen de lijnen blijven zwemmen. Een goede badmuts en zwemkleding zijn belangrijk. Er worden steeds weer nieuwe uitvindingen gedaan voor de zwemkleding. Daardoor worden de zwemmers nog sneller. Mocht je zelf willen gaan wedstrijdzwemmen via een zwemvereniging, dan heb je onderstaande lijst met ‘materialen’ nodig:

  • Badmuts
  • Badmuts_wedstrijdzwemmen
    De badmuts is een soort mutsje van rubber dat over je hoofd zit. Dat doe je omdat de haren die op je hoofd zitten heel erg afremmen, dus als je een badmuts op zet dan ga je sneller (je bent dan gestroomlijnder).
    De badmutsen van de club kosten €7,- . Anders zijn ze meestal rond de €9,-

  • Duikbril
  • Duikbril_wedstrijdzwemmen
    De duikbril is een brilletje dat helemaal dicht is, en je ogen goed afsluit. Als je geen brilletje draagt, kan je niet goed onder water kijken. De kans dat je de muur niet ziet, en dus het keerpunt mist, is dan vrij groot.
    Meestal kost een duikbril ongeveer €15,- tot €25,- .

  • Zwembroek of badpak
  • Zwembroek_wedstrijdzwemmen
    Dit is eigenlijk de belangrijkste kleding bij het zwemmen. Meestal dragen de minder snelle deze kleding. Het is dan ook minder gestroomlijnd als het haaienvinnenpak (deze word zo besproken). Veel verenigingen hebben hun eigen kleding. De badkleding kosten zijn in het algemeen rond de €25,- . Anders betaal je (voor een goed wedstrijd badpak) rond de €40,- / €50,-.

  • Haaienvinnenpak
  • Haaienvinnenpak_wedstrijdzwemmen
    Dit is een pak met lange broekpijpen, en soms ook lange mouwen. Het pak is bestemd voor mannen en vrouwen. Dit soort badpakken worden helemaal speciaal gemaakt met speciale stoffen die helemaal goed langs het water glijden zodat er ook minder weerstand is (heel gestroomlijnd). Deze pakken kosten meestal rond de €300,- (dit verschilt per merk).

  • Kleding (trainingspakken o.i.d.)
  • Dat is per club verschillend. Bijna alle verenigingen hebben een sponsor, en meestal dus ook eigen kleding. Deze kleding krijg je gratis als je lid word van de club en je bent startvergunninghouder.

  • Slippers o.i.d.
  • speedo_slippers_wedstrijdzwemmen
    Deze zijn niet verplicht, maar wel beter voor de hygiëne. Want anders heb je kans dat je wratten of andere wondjes krijgt. De kosten verschillen per winkel, of per merk.

  • Tassen
  • Ook dit is per club verschillend, en wordt soms gesponsord. Aan de ene kant staat bijvoorbeeld het logo van de sponsor, aan de andere kant het logo van de zwemclub. Op elke tas staat een nummer, zodat je kunt zien welke van wie is. Deze tas krijg je gratis als je lid word van de club en je bent startvergunninghouder.

    Trainen voor het wedstrijdzwemmen

    Wedstrijdzwemmen_2
    Tijdens de trainingen werk je aan je techniek en conditie. Vooral het leren van een goede zwemtechniek is heel belangrijk. Je leert de verschillende slagen goed beheersen. Ook wordt er veel getraind op een goede start en de keerpunten. Met een goede start kun je meteen veel snelheid maken. Je oefent tijdens een training hoe je hard kunt afzetten. En hoe je snel kunt draaien voor een keerpunt. Op een training worden ook zoomers, plankjes of een pullboy gebruikt om oefeningen te doen. Zoomers zijn een soort zwemvliezen voor in het water. Met zoomers kan je heel hard zwemmen. Een plankje kan je tussen je bovenbenen doen om de armslag te oefenen of met je armen vasthouden om de beenslag te oefenen. Om alleen armen te trainen kun je ook een pullboy (beendrijver) gebruiken. Een pullboy is een soort kussentje van schuimrubber. Je doet de pullboy tussen je benen zodat je beter blijft drijven. Je kunt je benen dan niet meer gebruiken. Je moet dus alle kracht uit je armen halen.
    Tijdens de zwemtraining leer je vooral mooi zwemmen met een goede techniek. Natuurlijk worden er ook wedstrijdjes of spelletjes gedaan. Bij veel zwemverenigingen spaar je bij het leren van de techniek voor stickers in je zwempaspoort. Dan kan je aan de hele familie laten zien hoe goed jij kan zwemmen.

    Zwemtoppers van het wedstrijdzwemmen

    Nederlanders presteren vaak goed op internationale toernooien. Bekende Nederlandse zwemmers zijn Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn, Marleen Veldhuis en Inge Dekker. Vooral Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn hebben indrukwekkende resultaten bereikt. Pieter van den Hoogenband is drievoudig Olympisch Kampioen (Sydney 2000 en Athene 2004). Inge de Bruijn heeft maar liefst elf wereldrecords gezwommen. Zij behaalde ook (gouden) medailles op de Olympische spelen in Sydney en Athene, zij is zelfs viervoudig Olympisch Kampioen. Haar specialiteiten waren vlinderslag en vrije slag. Inge de Bruijn is inmiddels gestopt. Nu zijn onder andere Inge Dekker (vlinderslag), Marleen Veldhuis (vrije slag) en Ranomi Kromowidjojo (vrije slag) succesvolle zwemsters.

    Slagen van het wedstrijdzwemmen

    Wedstrijdzwemmen_3
    Het wedstrijdzwemmen kent de volgende slagen:
    – Vrije slag of borstcrawl
    De armen worden een voor een door het water naar achteren getrokken en over het water naar voren gebracht. De hand raakt steeds als eerst het water. De benen worden afwisselend onder het water snel op en neer bewogen.
    Vlinderslag
    Bij de vlinderslag worden beide armen tegelijk door het water naar achteren getrokken en over het water naar voren gebracht. De benen worden gelijktijdig op en neer bewogen onder water.
    Rugslag
    Bij de rugslag lig je op je rug. De armen worden afwisselend over het water naar voren gebracht en door het water weer teruggetrokken. De armen bewegen als molenwieken. De benen worden afwisselend onder het water snel op en neer bewogen.
    – Schoolslag
    De schoolslag is de langzaamste wedstrijdslag. Dit is de eerste slag die je leert met diploma­ zwemmen. Met je armen duw je het water naar achteren. Je armen blijven in het water liggen. De benen maken een zijwaartse trapbeweging.

    Wedstrijzwemmen: wisselslag en estafettewedstrijden

    Bij de wisselslag zwem je alle slagen. Bij de 200 meter wisselslag zwem je bijvoorbeeld 50 meter vlinderslag, 50 meter rugslag, 50 meter schoolslag en 50 meter borstcrawl.
    Ook zijn er estafettewedstijden. Bij een estafette zwemmen vier zwemmers uit een team om de beurt. Als een zwemmer zijn deel heeft gezwommen en de kant aan tikt, mag de volgende zwemmer in het water springen. Het team waarvan de zwemmers het eerst klaar zijn, heeft gewonnen.

 

Deel deze pagina

 
 
'