De vlinderslag is nog een betrekkelijk jonge zwemslag. Hij is ontstaan uit de schoolslag, doordat de contrabeweging van de armen op een bepaald moment boven het water werd uitgevoerd. De armdoorhaal werd verlengd in de richting van de heupen, terwijl aanvankelijk de schoolbeenslag gehandhaafd bleef.
Schoolslag en vlinderslag groeiden uit elkaar en de tijden die gezwommen werden eveneens. Daarom is besloten om de slagen uit elkaar te halen, waarmee de vlinderslag als aparte slag zijn intrede deed. Dit gebeurde in 1952.
De Hongaar Tumpek was de eerste die de dolfijnbeenslag toepaste. Hierdoor werd de verplaatsing veel meer continu.
De vlinderslag is de op een na de snelste zwemslag. De verplaatsing is minder continu dan de borstcrawl, door de gelijktijdigheid van de armbeweging. Ook de ligging is minder ideaal, omdat er te veel in verticale richting bewogen moet worden.
Vlinderslag is een echte “hoofdzaak”. De vrij extreme hoofdactie ten opzichte van de romp is zeer belangrijk. Het lichaam moet in voldoende mate deze beweging volgen om de wisselende bol-hol-ligging goed aan te voelen. De timing van de hoofdbeweging op de armslag is doorslaggevend. De timing van de ondersteunende beenactie moet goed passen op de bol-hol vanuit de armslag en hoofdbeweging.
Vlinderslag is de enige slag waarbij de rug actief deelneemt aan de zwembeweging. Aan de bewegingsmogelijkheden van de schouders, nek en rug worden eveneens hoge eisen gesteld. Een relatief grote krachtsinzet is noodzakelijk; hierdoor is de slag ongeschikt voor lange afstanden.
We beschrijven hier de volgende onderdelen die relevant zijn bij de vlinderslag:
1. De armslag
2. De beenslag
3. De ademhaling
4. De hoofdbeweging
5. Veelgemaakte fouten
|
Armen: Armen: Armen: Armen: |
Benen: Benen: Benen: Benen: |
![]() |
|
Armen Armen: Armen |
Benen: Benen: Benen: |
![]() |