Vlinderslag: de armslag


Vlinderslag bij het zwemmen – De Armslag

De armbeweging draagt in grote mate bij aan de snelheid waarmee gezwommen wordt:

  • Er kan veel kracht ingebracht worden, doordat met twee armen tegelijk wordt doorgehaald
  • De doorhaal is een lange beweging, van ver voor tot vlak bij de heup
  • De stuwvlakken kunnen gunstig geplaatst worden; vergelijkbaar met de doorhaal van de borstcrawlarmbeweging
  • De doorhaal wordt gelijktijdig met beide armen gemaakt, waardoor afwijkingen van de rechte (zwem-) lijn niet gemakkelijk ontstaan
  • De overhaal vindt over het water plaats, waardoor er weinig weerstand wordt ondervonden.

De armslag is in een aantal fases in te delen:

  1. Insteekfase
  2. (Korte) glijfase
  3. Trekfase
  4. Duwfase
  5. Uithaal
  6. Overhaal van de armen.

vlinderslag_armslag
Onderaanzicht van een zwemmer. De onderwaterfasen van de slag zijn weergegeven.



1. Insteekfase van de armslag
De inzet of de insteek vindt plaats op schouderbreedte of iets daarbuiten.
Evenals bij de borstcrawl worden de armen ingezet op ¾ van hun totale lengte, waarbij de pink omhoog gericht is. Het raken van de waterspiegel is passief, maar het inzetten van een bepaalde houding een actief proces is. De ellebogen zijn hoog.

2. Glijfase van de armslag
De glijfase dient evenals bij de andere zwemslagen voor het kiezen van de juiste positie van de stuwvlakken (lees: handen). Dit is het moment dat de handen het begin zoeken van de contactbaan en bovendien wordt er op dit moment het diepen van de schouders iets ingezet.

3. Trekfase van de armslag
Direct hierna begint de trekfase, waarin de eerste beweging iets zijwaarts naar buiten gericht is, met andere woorden van de schouderlijn af. Tijdens het verloop van de trekfase worden de armen steeds meer gebogen in de ellebogen en bovendien is de bewegingsrichting naar binnen naar de mediaanlijn. (De middenlijn van het lichaam). Aan het einde van de trekfase staan de stuwvlakken (armen en handen) loodrecht op de bewegingsrichting en is er een hoek van ongeveer 90 graden in de ellebogen en bevinden de handen zich onder de schouders. Dit komt allemaal overeen met de borstcrawl.


4. Duwfase van de armslag
Op dit moment zal de trekfase overgaan in de duwfase. In de duwfase zal de elleboog, identiek als bij de borstcrawl, langzamerhand gestrekt worden. De beweging is naar achteren gericht. Hier zal aan het eind van de beweging een versnelling plaatsvinden. De armen zullen nooit geheel gestrekt zijn.

5. Uithaal van de armslag
De ellebogen zullen het water al verlaten hebben als de handen het laatste deel van de duwfase beëindigen. De handen zullen langs de heupen het water verlaten, nadat ze het laatste deel van de contactbaan naar achteren (ten opzichte van de zwemrichting) hebben voltooid. De handpalmen zijn naar achteren gericht, (door de versnelling in de duwfase) waarna snel de handrug naar het water wordt gedraaid.

6. Overhaal van de armslag
De armoverhaal (ook wel de contrafase genoemd) vindt plaats met nagenoeg rechte, ontspannen armen. Een lichte buiging in de ellebogen komt deze ontspanning ten goede. Het is een wijde, vlakke overhaal. Ter hoogte van de schouderas zal de draaiing worden doorgezet, zodat de handpalm naar het water wordt gekeerd.
Het hoofd is al in het water voordat de armen worden ingezet.
Afbeelding Overhaal of contrafase:
Vlinderslag_overhaal_armslag

 

Deel deze pagina