Vlinderslag: de beenslag


Vlinderslag bij het zwemmen – De Beenslag

De functie van de beenslag is zowel stabiliserend als stuwend. De vlinderslag beenbeweging is een opeenvolgend op en neer bewegen van beide benen tegelijkertijd. De beweging bestaat uit een upbeat (opslag) en een downbeat (neerslag), die vanuit de heupen wordt ingezet.
vlinderslag_beenslag
Downbeat:
Deze begint vanuit de bovenbenen/heupen op het moment dat de voeten het hoogste punt bereiken. Er vindt een actieve buiging in het heupgewricht. De bovenbenen bereiken hun diepste punt op het moment dat de onderbenen hu neerwaartse beweging nog niet begonnen zijn; de buiging in de knie is nu het grootst. Op de neerwaartse beweging van de bovenbenen volgt een neerwaartse beweging van de onderbenen. De nu volgende beweging van de onderbenen wordt als een zweepslag uitgevoerd. De voeten zijn ontspannen. Tijdens het laatste deel van de downbeat van de onderbenen beginnen de bovenbenen reeds met de upbeat. De voeten bereiken hun diepste punt op het einde van de downbeat tegelijkertijd met de volledige strekking van beide benen.


Upbeat:
De opslag of de liftende werking van de beenbeweging bij de vlinderslag is groter dat die van de borstcrawl. De upbeat duurt twee keer zo lang als de downbeat en is een ontspanningsfase. De benen worden vanuit de heupen omhoog gebracht en door de wwerstand van het water gestrekt.

Doordat de beweging met beide bene tegelijk wordt uitgevoerd, gaan bij de downbeat de heupen omhoog. Bij de upbeat, waarbij de benen weer gestrekt worden door de waterweerstand, gaan de heupen naar beneden. De ligging verandert dus voortdurend van bol in hol en weer terug. De ligging is golvend.
We kunnen twee momenten ontdekken waarop een actief stuwende beenbeweging wordt ingezet:

  1. ter hoogte van de inzet van de armen en
  2. vlak voor de uithaal van de armen, aan het einde van de duwfase.

Ad 1:
Hier is de snelheid het laagst, dus hier dienen de benen primair als ondersteuning voor de voorwaartse snelheid. Daarnaast is er op dit moment veel frontale weerstand en komt op dit moment van de inzet de heupen omhoog.
Ad 2:
De snelheid van de armen is op dit moment het grootst. De handen verlaten het lichaam en de reactie op het lichaam is het dalen van de vlakke ligging.

 

Deel deze pagina

 
 
'