Ik maak me niet zo druk om de ouder die niks weet. Die vraagt het wel, die kijkt de kat uit de boom, die houdt zijn kind stevig vast omdat hij het gewoon niet zeker weet.
Waar ik na dertig jaar wél wakker van lig, is de ouder die het bijna goed heeft. Die ergens een regel heeft opgepikt, hem net verkeerd onthouden, en er nu rotsvast op vertrouwt. Dat is de gevaarlijke. Niet het water zelf — dat verandert nooit. Wat verandert is hoe waakzaam wíj zijn. En niks maakt een mens onvoorzichtiger dan de overtuiging dat het wel goed zit.
Dus laten we het daarover hebben. Niet over wat je moet dóén — dat weet je heus wel. Over wat je *denkt* te weten. Dit zijn de vijf overtuigingen die ik het vaakst hoor. Allemaal goedbedoeld. Allemaal net niet. En bij alle vijf zit hetzelfde addertje: ze geven je rust op precies het moment dat je alert moet zijn.

